De auto van de zaak: wat blijft nog fiscaal aftrekbaar?
Sinds 2026 is de autofiscaliteit ingrijpend veranderd. Voor ondernemers en vennootschappen is het belangrijker dan ooit om niet alleen naar het type wagen te kijken maar ook naar de datum van bestelling of contract én naar het onderscheid tussen inkomstenbelastingen en btw. Dat maakt dat twee ogenschijnlijk gelijkaardige dossiers fiscaal toch anders kunnen uitvallen. In de praktijk merken we immers dat vooral de toepassing van die regels vandaag nog vaak vragen oproept.
De grote lijn: vanaf 2026 wordt het strenger
Voor nieuwe wagens die vanaf 1 januari 2026 worden gekocht, geleased of gehuurd, geldt als basisregel dat autokosten niet langer fiscaal aftrekbaar zijn voor voertuigen met CO₂-uitstoot. Concreet betekent dit dat benzine-, diesel- en klassieke hybridewagens die onder het nieuwe regime vallen in principe naar 0% aftrek gaan. Volledig elektrische voertuigen en waterstofwagens blijven in 2026 wel nog 100% aftrekbaar. Wie dus in 2026 nog een emissievrije wagen bestelt, verankert dat gunstige aftrekpercentage nog onder het huidige regime.
Oudere wagens blijven vaak in een overgangsregime
Niet elke wagen valt automatisch onder de nieuwe 2026-regels. Veel wagens die vandaag nog rondrijden vallen dus onder een ander regime dan nieuwe dossiers. Voor voertuigen die al vóór 1 januari 2026 werden aangeschaft, blijft een overgangsregeling spelen. Daarin werkt de aftrekbaarheid nog met de bekende CO₂-formule. Voor wagens van vóór 1 juli 2023 blijft doorgaans een vork gelden van 50% tot 100%, met in sommige gevallen een minimum van 40%. Voor wagens aangekocht tussen 1 juli 2023 en 31 december 2025 met CO₂-uitstoot is de aftrek in 2026 in de praktijk beperkt tot maximaal 50%. Belangrijk: bij aankoop telt doorgaans de datum op de bestelbon, bij leasing of huur de datum van ondertekening van het contract.
Niet alle autokosten volgen exact dezelfde logica
Onderhoud, herstellingen, banden, verzekeringen, taksen en andere klassieke autokosten volgen in principe het aftrekregime van de wagen zelf. Bij plug-in hybrides wordt het in 2026 wel complexer, omdat brandstof, elektriciteit en andere kosten fiscaal anders behandeld kunnen worden. Zo kunnen elektriciteitskosten in bepaalde gevallen nog volledig aftrekbaar zijn, terwijl brandstofkosten veel beperkter aftrekbaar zijn of zelfs niet meer. Ook dat maakt een correcte uitsplitsing in de boekhouding belangrijker dan vroeger.
Btw blijft een apart verhaal
Een veelgemaakte fout is denken dat een wagen die in de inkomstenbelastingen 100% aftrekbaar is ook volledig recht geeft op btw-recuperatie. Dat is niet zo. Voor personenwagens blijft de btw-aftrek in principe beperkt tot maximaal 50%, afhankelijk van het beroepsgebruik. Die beperking geldt niet alleen voor de aankoop of lease van de wagen, maar ook voor kosten die ermee verband houden, zoals brandstof en laadsessies. Voor laadinfra, zoals een laadstation, geldt dan weer een aparte beoordeling, waarbij de concrete situatie doorslaggevend is.
Waar moet je in de praktijk extra op letten?
Vooral hybrides vragen in 2026 meer aandacht. Klassieke hybrides vallen meestal mee onder de strengere regels voor wagens met CO₂-uitstoot. Plug-in hybrides kunnen daarentegen verschillende aftrekpercentages hebben per kostensoort. Daarnaast blijven ook andere aandachtspunten relevant, zoals de correcte behandeling van doorgerekende autokosten, de bijkomende verworpen uitgave van 17% of 40% bij bedrijfswagens met privégebruik en de regeling voor thuisladen via een forfaitaire terugbetaling op basis van het CREG-tarief.
Onze aanbeveling
In 2026 volstaat het niet meer om enkel naar het merk, model of brandstoftype van een wagen te kijken. De fiscale uitkomst hangt af van meerdere factoren tegelijk: de datum van bestelling of leasing, het type voertuig, de aard van de kosten en het onderscheid tussen fiscale aftrek en btw-aftrek. Laat een nieuw dossier daarom altijd vooraf toetsen, zodat verrassingen achteraf vermeden worden.