Is de liquidatiereserve nog interessant?
Liquidatiereserve in 2025?
De regels rond de liquidatiereserve zijn de voorbije jaren sterk gewijzigd. Intussen zitten we volledig in de nieuwe regeling voor reserves die vanaf 31 december 2025 aangelegd zijn. Het is dus belangrijk om het onderscheid te maken tussen:
liquidatiereserves die vóór 31/12/2025 zijn aangelegd (oude regeling) en
liquidatiereserves die vanaf 31/12/2025 worden aangelegd (nieuwe regeling)
1. Oude regeling (aanleg tot en met 30/12/2025)
Voor reserves die onder deze regeling vallen, blijven de tarieven ongewijzigd van toepassing:
- 10% anticipatieve heffing bij aanleg
- 5% roerende voorheffing bij uitkering na 5 jaar
- 6,5% roerende voorheffing bij uitkering na 3 jaar (versoepeling sinds juli 2025)
- 20% roerende voorheffing bij een vroegere uitkering
- 0% bij uitkering via vereffening
Deze reserves blijven dus onder het oude fiscale regime vallen, ook al zitten we nu in 2026.
2. Nieuwe regeling (geldig voor aanleg vanaf 31/12/2025)
Voor alle liquidatiereserves die vanaf 31 december 2025 worden aangelegd, gelden de nieuwe voorwaarden:
- 10% anticipatieve heffing bij aanleg
- 9,8% roerende voorheffing bij uitkering na 3 jaar
- 30% roerende voorheffing bij uitkering vóór die wachttijd
- 0% bij vereffening
Hier stijgt de totale belastingdruk bij een uitkering na 3 jaar van 15% naar 18%.
Wanneer is de liquidatiereserve in 2026 nog zinvol?
De aanleg van een liquidatiereserve in 2026 kan dus nog steeds interessant zijn, maar niet in alle situaties.
Ze blijft vooral zinvol wanneer:
- je geen onmiddellijke privébehoefte hebt en minstens 3 jaar kan wachten om uit te keren
- je op termijn denkt je activiteiten stop te zetten en je vennootschap te vereffenen
Heb je liquiditeiten nodig op kortere termijn dan is een vervroegde uitkering mogelijk maar betaal je wel het volle tarief van 30% roerende voorheffing.
Conclusie
Ook anno 2026 blijft de aanleg van een liquidatiereserve fiscaal zinvol, vooral voor ondernemers met een langetermijnvisie en deze techniek bewust combineert met andere verlonings- en uitkeringsvormen zoals loon, tantième of VVPR-bis. Bespreek je opties daarom zeker met je boekhouder.