Wat verandert er fiscaal vanaf 1 januari 2026?

08-01-2026
Geschreven door Chris Van Hoof

Het nieuwe jaar is nog maar net gestart maar heeft al tal van wijzigingen in petto naar aanleiding van de fiscale maatregelen die de regering De Wever I in het begrotingsakkoord van 24 november heeft beslist. Hierna een overzicht van de meest ingrijpende wijzigingen op basis van de huidige stand van zaken.

Verhoging roerende voorheffing van VVPR-bis en liquidatiereserves

In haar zoektocht naar extra inkomsten zal de regering De Wever I de tarieven van toekomstige dividenduitkeringen via VVPR-bis en uitkeringen op liquidatiereserves verhogen. De geplande inwerkingtreding is voorzien in het voorjaar van 2026.

VVPR-bis

Kleine vennootschappen kunnen onder bepaalde voorwaarden en na wachtperiode (bij dividenduitkeringen uit de winstverdeling vanaf het derde boekjaar na dat van de inbreng) een verlaagd tarief van 15 % de roerende voorheffing toepassen voor inbrengen in geld, verricht na 1 juli 2013.

Dit tarief van 15 % zal stijgen naar 18 % vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de bekendmaking van de programmawet in het Belgisch Staatsblad.

Als gevolg hiervan zal de gecombineerde belastingdruk op winstuitkeringen (zijnde de vennootschapsbelasting van 20 % en de roerende voorheffing) stijgen van respectievelijk 32 % naar 34,40 %.

Het kan dus interessant zijn om nog een vervroegde uitkering te overwegen via een tussentijds dividend (uit overgedragen winsten en beschikbare reserves) en/of een interimdividend (uit de winst van het lopende boekjaar).

Uiteraard moeten daarbij de balans- en liquiditeitstest positief zijn.

Liquidatiereserves

Wanneer een kleine vennootschap geen gebruik kan maken van het VVPR-bis dividend kan zij bij de resultaatbestemming een liquidatiereserve (VVPR-ter) aanleggen uit de boekhoudkundige winst van het boekjaar. Bij de aanleg hiervan is een anticipatieve heffing van 10 % verschuldigd samen met de vennootschapsbelasting.

Het begrotingsakkoord maakt een onderscheid tussen een oude en een nieuwe regeling met als scharnierdatum 31 december 2025.

Liquidatiereserves aangelegd voor een boekjaar dat afsluit uiterlijk 30 december 2025:

  • uitkering binnen de 3 jaar: 20 % roerende voorheffing
  • uitkering meer dan 3 jaar maar binnen de 5 jaar: 6,5 % roerende voorheffing
  • uitkering meer dan 5 jaar 5 % roerende voorheffing

Liquidatiereserve aangelegd voor boekjaren die afsluiten vanaf 31 december 2025

  • uitkering binnen de 3 jaar: 30 % roerende voorheffing
  • uitkering meer dan 3 jaar: 9,8 % (i.p.v. 6,5 %) roerende voorheffing

De gecombineerde belastingdruk op winstuitkeringen (vennootschapsbelasting 20 % en roerende voorheffing zal stijgen van 32,95 % naar 34,40 %.

Meerwaardebelasting solidariteitsbijdrage

Het begrotingsakkoord van 30 juni 2025 voert een algemene meerwaardebelasting in van 10 % en een belasting op een meerwaarde gerealiseerd naar aanleiding van de vervreemding van een aanmerkelijk belang.

Algemene meerwaardebelasting

Er komt een algemene meerwaardebelasting van 10 % op meerwaarden gerealiseerd op financiële activa inclusief crypto. Deze meerwaardebelasting wordt ingevoerd zonder terugwerkende kracht en met een vrijstelling voor de historische meerwaarde die werd opgebouwd tot 31 december 2025.

Als je je aandelen verkoopt na 31 december 2025 zal je de keuze hebben om de waarde van de aandelen op 31 december 2025 of de oorspronkelijke aanschafwaarde van de verkoopprijs in mindering te brengen. Het akkoord voorziet in een vrijstelling van € 10.000 per jaar (te indexeren) die jaarlijks zal stijgen met € 1.000 indien er geen meerwaarde gerealiseerd wordt tot een maximumbedrag van € 15.000.

Groepsverzekeringen en pensioensparen worden expliciet vrijgesteld van deze meerwaardebelasting.

Minderwaarden zijn aftrekbaar van meerwaarden maar kunnen niet worden overgedragen naar volgende jaren.

Meerwaarde op de vervreemding van een aanmerkelijk belang

Voor meerwaarden die worden gerealiseerd bij de verkoop van een aanmerkelijk belang geldt een apart fiscaal regime. Van een aanmerkelijk belang is sprake wanneer je op enig moment in de 10 jaar vóór de verkoop minstens 20 % van de aandelen van een vennootschap hebt aangehouden.  Ook hier worden de historische meerwaarden vrijgesteld. Dat zijn de meerwaarden die zijn opgebouwd tot 31 december 2025. Bij een verkoop van aandelen na die datum kan je ervoor kiezen om de waarde van de aandelen op 31 december 2025 of de oorspronkelijke aanschafwaarde van de verkoopprijs in mindering te brengen.

De eerste 1.000.000 euro aan meerwaarde is vrijgesteld. Boven dit bedrag gelden getrapte tarieven, die per schijf worden berekend:

  • tussen € 1.000.000 en € 2.500.000: 1,25 %
  • tussen € 2.500.000 en € 2.500.000: 2,25 %
  • tussen € 5.000.000 en € 10.000.000: 5 %
  • boven € 10.000.000: 10 %

De vrijstelling van € 1.000.000 geldt per persoon en per periode van vijf jaar. Ze kan dus niet worden gecombineerd met die van familieleden en is bedoeld om gespreide of getrapte verkopen te ontmoedigen.

Verhoging minimale bedrijfsleidersbezoldiging

Kleine vennootschappen kunnen genieten van een verlaagd vennootschapsbelastingtarief van 20 % op de eerste schijf van € 100.000 als aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. Het deel van de belastbare basis dat € 100.000 overschrijdt, wordt belast aan het basistarief van 25 %.
Een van de belangrijkste voorwaarden is dat de vennootschap een minimumbezoldiging toekent van € 45.000 aan minstens één bedrijfsleider. Indien de toegekende bezoldiging lager is dan € 45.000, moet deze bezoldiging ten laste van het resultaat van het belastbare tijdperk minstens gelijk zijn aan het belastbaar inkomen van de vennootschap.
Deze minimumbezoldigingsvereiste wordt verhoogd naar € 50.000 op jaarbasis, voortaan te indexeren. Daarnaast mag de bezoldiging nog maximaal voor 20 % bestaan uit (forfaitaire) voordelen van alle aard.

Aanvullend pensioen bestuurders

Om bijdragen voor de opbouw van een aanvullend pensioen fiscaal aftrekbaar te houden in hoofde van de vennootschap, mogen het wettelijk pensioen en het aanvullend (extralegaal) pensioen samen niet meer bedragen dan 80 % van de normale bruto bezoldiging van het laatste jaar van werkzaamheid. Indien deze grens overschreden wordt, kan de vennootschap het gedeelte van de premie waardoor de 80 %-regel overschreden wordt niet, als beroepskost in mindering brengen.

De 80 %-regel zou voortaan duidelijker worden gedefinieerd. Daarnaast zou het niet langer mogelijk zijn om een voorschot op een aanvullend pensioen op te nemen voor de financiering van vastgoedinvesteringen, behalve wanneer het gaat om de enige eigen woning.

Versoepelingen investeringsaftrek

Kleine vennootschappen kunnen onder bepaalde voorwaarden genieten van een bijkomende fiscale aftrek op investeringen in nieuwe afschrijfbare activa.  Wanneer deze investeringsaftrek niet volledig kan worden benut omdat het belastbaar resultaat lager is dan het aftrekbare bedrag, moet het niet-benutte gedeelte verplicht worden overgedragen naar het volgende jaar. De investeringsaftrek zal voor kwalificerende investeringen vanaf 2026 onbeperkt overdraagbaar worden.

Auteursrechten

Er zal een uitbreiding komen van de belastingregeling voor auteursrechten op computerprogramma’s.

Hybride voertuigen

Voor eenmanszaken zullen hybride voertuigen die aangekocht, geleased of gehuurd worden vanaf 1 januari 2026 opnieuw 100 % aftrekbaar zijn, op voorwaarde dat de CO₂-uitstoot maximaal 50 gram bedraagt, en dit volgens de nieuwe Europese normen.

deel dit nieuwsbericht via